AMSTELVEEN KAN BETER

Klacht bij Raad v oor de Journalistiek

Geen weerwoord gegund na persoonlijke aanval door
wethouder Herbert Raat (VVD) in A'veens Nieuwsblad.

Van: Drs. R Ch. van Waning
Aan: Raad voor de Journalistiek

Amstelveen, 22 mei 2012

KLACHT
tegen Henk Godthelp, hoofdredacteur van het Amstelveens Nieuwsblad

Geachte leden van de Raad voor de Journalistiek,

Hierbij dien ik een klacht in tegen de heer Henk Godthelp, hoofdredacteur van het Amstelveens Nieuwsblad, vanwege diens artikel ‘Dat is niet de stad die wij willen’ op pagina 3 van het Amstelveens Nieuwsblad van 25 januari 2012.

Hieronder zal ik toelichten waarom Godthelp met dit artikel naar mijn mening journalistieke regels heeft geschonden en daarmee grenzen heeft overschreden van hetgeen in journalistiek en maatschappelijk opzicht aanvaardbaar is.

DE FEITEN

Op 13 januari 2012 had ik bij het College van B&W van Amstelveen een klacht ingediend tegen wethouder Herbert Raat (VVD) omdat hij volhardt in zijn weigering om het overal duidelijk aangegeven scooterverbod in het voetgangersgebied van het Amstelveense Stadshart te handhaven. Een afschrift van deze klacht had ik gestuurd naar de gemeenteraad, het Wijkplatform, de afd. Handhaving en naar de lokale kranten Amstelveens Nieuwsblad en Amstelveens Weekblad.
Indien deze klacht niet zou leiden tot de handhaving die bij een uitdrukkelijk verbod behoort en zodoende tot minder hinder, geluidsoverlast en gevaar voor bewoners en bezoekers van het woon- en winkelgebied, zou ik deze kwestie voorleggen aan de Nationale Ombudsman.

Volgens de klachtprocedure van de gemeente Amstelveen zou de burgerraadsman, de heer W. Beckers, mijn klacht onderzoeken. Daartoe heeft hij mij uitgenodigd voor een gesprek op 6 februari 2012 op het stadhuis met hem en de gemeentesecretaris, mr. R.J.T. Schurink. Mijn echtgenote, mr. Nicolette Hanssen, was hierbij aanwezig.

Naar aanleiding van mijn klacht heeft Godthelp naar eigen zeggen navraag gedaan bij wethouder Herbert Raat (VVD, Financiën, Handhaving en Jeugdzaken) tegen wie de klacht met name gericht was. De wethouder wilde kennelijk het verloop van de officiële klachtprocedure niet afwachten. Hij stortte zijn hart uit tegenover de hoofdredacteur bij wie hij altijd op een goede pers kon rekenen en die hem ook dit keer geen kritische vragen stelde. Dit interview stond op 25 januari 2012 met een grote foto van wethouder Raat afgedrukt op pag.3, onder de kop
‘Dat is niet de stad die wij willen’.


Hoofdredacteur Godthelp schrijft daarin:

“Het gemeentebestuur werd vorige week geconfronteerd met een officiële klacht tegen één van zijn wethouders. Een zeer ongebruikelijke stap die de opmaat moet zijn voor een klacht bij de nationale ombudsman. De Amstelveense burgerraadsman (gemeentelijke ombudsman) verricht momenteel een onderzoek. Door de jaren heen heeft deze krant geregeld brieven gepubliceerd van de klager (zelfs deze week nog), nu op deze pagina een repliek van de bestuurder: “Dat is niet de stad die we willen.”

In een notendop de kwestie: de heer Robert van Waning, bewoner van het Stadsplein, verwijt wethouder Herbert Raat onvoldoende te handhaven inzake de overlast van scooters op het plein. In lange brieven, vaak vergezeld door tientallen foto’s, probeert Van Waning aan te tonen dat er volop op het plein wordt gereden en illegaal geparkeerd. Op hoge toon eist hij dat er wordt opgetreden.

Wethouder Raat had in 2007 voor het eerst contact met Van Waning over het onderwerp. Raat was toen raadslid voor zijn partij. “Ik was het deels met Van Waning eens. We hebben toen ook actie ondernomen en de handhaving is duidelijk verbeterd.

Maar inmiddels is de relatie tussen de bestuurder en de burger bekoeld. “Van Waning is in het Stadhart gaan wonen en is er achter gekomen dat er voordelen maar ook nadelen aan kleven. Wonen aan het Stadsplein is hartstikke leuk, maar er is ook markt, er komen jonge mensen met fietsen, skates en scooters, er zijn evenementen en er is een bruisende fontein, waar kinderen graag in spelen en spelende kinderen maken wel eens geluid. Sommigen vinden dat heerlijk, maar kennelijk kan Van Waning er niet tegen. Maar de rust van de polder vind je in hartje centrum niet.”

Wie overigens de naam Robert van Waning intoetst bij Google kan zien dat hij een man met een brede belangstelling is. Van condensstrepen in de lucht tot Israël en het zionisme, van Waning heeft overal een mening over en meestal niet van de gematigde soort gezien de reacties die hij oproept. Zelfs de Raad voor de Journalistiek is al door hem ingeschakeld.” Raat is het negativisme zat en wil “een streep in het zand trekken.”

“Die 29 bonnen gaan Van Waning lang niet ver genoeg. Hij wil dat de ‘’overlast’ van de fontein, zoals spelende kinderen wordt aangepakt, dat skateboarden wordt verboden, en ga zo maar door. De gemeenteraad heeft prioriteiten gesteld voor handhaving. Daarbij staat de veiligheid van onze inwoners voorop en daar hebben we de handen vol aan. Als we Van Waning zijn zin geven dan hebben we geen mankracht voor echte problemen, dus we gaan echt niet permanent mensen in uniform op het stadsplein zetten. Dit zou niet de stad zijn die we willen.” Raat roept op tot meer tolerantie bij Van Waning. “Hij komt al jaren bij de gemeente met dezelfde klachten en vervolgens is iedereen daar weer druk mee. Het kost de Amstelveense belastingbetaler een hoop geld. Ik heb daar paal en perk aan gesteld en duidelijk gemaakt waarvoor we staan en waarvoor niet. En dat betekent dat hij een kort en zakelijk antwoord krijgt en dat is het dan. Als wethouder heb je de verantwoordelijkheid om niet iedereen naar de mond te praten.”

Het interview van Godthelp met wethouder Raat werd op de voorpagina aangekondigd onder de kop ‘Ruim 200 bonnen 2011’. Daarin stond:

“Over geheel vorig jaar zijn meer dan tweehonderd processen verbaal (PV) uitgeschreven voor scooteroverlast op het Stadsplein. Tevens zijn er met grote regelmaat waarschuwingen gegeven aan scooterrijders die reden over het plein of er verkeerd geparkeerd stonden.

Dit blijkt uit navraag van deze krant naar aanleiding van de officiële klacht die een burger heeft ingediend tegen wethouder Herbert Raat (VVD). De liberaal wordt verweten onvoldoende op te treden tegen overlast van scooters.

Het is voor de gemeente een duidelijk teken dat er wordt gehandhaafd in het centrum. Raat stelt dat het onmogelijk is om er zeven dagen per week 24 uur per dag bonnen uit te schrijven. Zie elders in deze krant ‘Dat is niet de stad die we willen’.”

Het stuk van Godthelp moet worden beoordeeld op grond van de inhoud en de wijze waarop het werd gepresenteerd: Als een serieus artikel van de hoofdredacteur van een lokale krant met journalistieke pretenties. Hieraan mogen eisen worden gesteld met betrekking tot waarheidsgehalte, zorgvuldigheid, objectiviteit en integriteit.

Als het echter alleen een slecht artikel vol fouten was geweest, had ik deze klacht niet bij u ingediend.

GRIEVEN

Schending van journalistieke regels

Artikel 2 van de Gedragscode voor Nederlandse journalisten van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren (hierna te noemen ‘de Gedragscode’):

“Op zijn beurt gaat de journalist bij zijn berichtgeving, ook in maatschappelijk opzicht, zorgvuldig en integer te werk.”

Godthelp mag van mij en van mijn maatschappelijke betrokkenheid vinden wat hij wil, en hij mag dat – althans als burger – ook aan iedereen laten weten. Als hij zijn persoonlijke meningen echter in zijn functie van journalist opschrijft en die vervolgens als hoofdredacteur in zijn eigen krant publiceert, moet hij zich daarbij houden aan journalistieke regels van waarheidsvinding, zorgvuldigheid, integriteit, betrouwbaarheid en (tenzij uitdrukkelijk anders vermeld) onpartijdigheid.

Aan geen van die redelijke eisen wordt het in het gewraakte artikel van hoofdredacteur Godthelp in zijn krant voldaan. Dit blijkt uit de kleine onwaarheden (wij komen niet uit de polder, ik pleit niet voor aanpak van spelende kinderen), de leugens (er zijn geen 200 bekeuringen uitgeschreven voor overtreding van het scooterverbod; zelfs niet één), onkritische vraagstelling (jonge mensen mogen immers niet met scooters op het Stadsplein komen), de omissies (geen vermelding van mijn argumenten in de klacht tegen de wethouder en ook niet van de website met bewijsmateriaal), het ‘framen’ (‘vW heeft overal een mening over’, ‘vW eist steeds op hoge toon’, ‘vW heeft zelfs de Raad voor de Journalistiek ingeschakeld’), de populistische nonsens (‘het kost de Amstelveense belastingbetaler een hoop geld’), de insinuaties (vW is kritisch over Israël en zionisme) en het denigrerende taalgebruik (‘vW kan er kennelijk niet tegen’ en ‘vW’s negativisme’).

Als journalist en als hoofdredacteur in strijd gehandeld met artikel 1 van de Gedragscode.

Geen wederhoor

Op 10 december 2005 schreef de Ombudsman van de Volkskrant, Thom Meens, in een column over ‘Nut en noodzaak van hoor en wederhoor’:

"Met hoor en wederhoor verifieert een journalist zijn gegevens of uitspraken van informanten bij betrokken personen of partijen. Integere journalistiek vereist het toepassen van hoor en wederhoor, maar het is geen algemeen geldende verplichting. Wederhoor is zonder meer geboden in geval van beschuldigingen of negatieve kwalificaties over personen, instellingen of bedrijven, zelfs als tevoren duidelijk is dat een antwoord alleen een ontkenning zal inhouden.”

Godthelp schreef een beschadigend stuk waartegen ik mij niet kon verweren. Hij heeft mij niet om een reactie gevraagd zodat ik hem niet heb kunnen wijzen op de vele onjuistheden en onwaarheden in het verhaal van wethouder Raat. Het komt de geloofwaardigheid van een journalist ook ten goede als hij weet over wie of wat hij schrijft.

Als Godthelp mij de gelegenheid had gegeven om mijn klacht tegen wethouder Raat nader toe te lichten, dan had hij de inhoud daarvan (wellicht) niet verkeerd weergegeven. Hij vermeldde echter niet mijn website www.amstelveenkanbeter.nl waarop mijn klacht wordt onderbouwd met foto’s en argumenten. Voor een klokkenluider is bewijsmateriaal van groot belang, dus ook in dit geval.

Ongegronde beschuldigingen, diffamatie en ‘framing’

Artikel 3 van de Gedragscode schrijft voor:

“De journalist verwerpt [..] het in berichtgeving uiten van ongegronde beschuldigingen.”

Het artikel wordt gepresenteerd als een ‘repliek’ en dus als een inhoudelijke en feitelijk reactie op mijn klacht over het niet-handhaven van het scooterverbod in het voetgangersgebied in het Amstelveense Stadshart. In werkelijkheid gaat het echter om een opiniestuk en zelfs een schotschrift waarin beide heren door middel van smaad afrekenen met een lastige burger. Het is een typisch voorbeeld van ‘framing’: een karakterschets door woorden en beelden zo te kiezen, dat daarbij impliciet een aantal (in dit geval negatieve) aspecten van een persoon worden gesuggereerd. Daarbij worden er allerlei dingen bijgehaald die met de onderhavige kwestie niets te maken hebben.

Zo staan de meningen (bijvoorbeeld over de Israëlische bezetting en illegale nederzettingen) die ik bijdraag aan discussies op openbare platforms voor publiek debat, geheel los van mijn klacht over de gebrekkige handhaving van het scooterverbod in het Stadshart. Het duo Godthelp en Raat verwijst ernaar in hun streven om mij zo belachelijk mogelijk en zelfs verdacht te maken.

Mijn pogingen om de ‘Stadspleinregels’ te laten handhaven, komen ook niet voort uit negativisme maar juist uit waardering voor deze unieke woon-, werk-, cultuur- winkelomgeving en uit de wens van bewoners en bezoekers om de sfeer en leefbaarheid van het Stadshart niet te laten bederven door asociaal gedrag en door gebrekkige handhaving van de bestaande regels.

In het artikel staat dat ik ‘op hoge toon had geëist dat er werd opgetreden’. Hoe onwaar dit is, blijkt uit mijn brieven en e-mails aan wethouder Raat het gemeentebestuur: “Ik verzoek u vriendelijk om de (inmiddels duidelijke) regels m.b.t. scooters etc. in het Stadshart merkbaar te willen (laten) handhaven, door wie dan ook. Vriendelijke groet, etc.” (e-mail 28-07-2011). “Ik herhaal dus hierbij mij verzoek om uw regels met betrekking tot het rijden met en het parkeren van scooters etc. in aangewezen voetgangersgebieden te handhaven.” (e-mail 05-08-2012). “Ik stel voor dat het voetpad langs de bibliotheek niet alleen (natuurlijk) verboden wordt voor (snor)scooters etc. maar ook voor fietsers. “ (e-mail 12-01-2012). Dat is niet bepaald ‘op hoge toon eisen’.

Geen waarheidsvinding

Artikel 4 van de Gedragscode schrijft voor:

“De feiten, meningen en/of beelden die de journalist weergeeft, berusten uitsluitend op eigen waarneming of op bronnen die hem bekend zijn en die hij betrouwbaar acht.”

Met betrekking tot die omstreden ‘ruim 200 bonnen in 2011’ staat wel vast dat daarvan niet één - noch door de politie noch door de gemeentelijke BOA’s – is uitgeschreven wegens het rijden met en/of parkeren van (snor)scooters in het voetgangersgebied, dus wegens overtreding van het (snor)scooterverbod aldaar. Gemeentelijke BOA’s en politie-agenten hebben tegenover mij namelijk verklaard dat het scooterverbod domweg niet te handhaven is. Door de manier waarop het verbod is geformuleerd en met gewone tekstborden is aangegeven, biedt het hun ‘geen handhaafpunten’. Van de door de gemeentelijke BOA 's uitgeschreven processen-verbaal hadden slechts 2 betrekking op het rijden met een brommer of scooter op fietspaden elders in Amstelveen. Een beetje journalist was door simpele navraag snel achter die waarheid gekomen. Godthelp belde alleen even met de bevriende bestuurder die zijn eigen redenen heeft om een draai aan de werkelijkheid te geven.

Godthelp heeft als interviewer niet geprobeerd om wethouder Raat inhoudelijk en feitelijk te laten reageren op mijn klachten en het interview op die manier werkelijk een ‘repliek’ te doen zijn op mijn klacht als inwoner. Als wethouder Raat opmerkt dat op het Stadsplein jonge mensen met scooters komen, had Godthelp op zijn minst kunnen opmerken dat scooters daar verboden zijn, niet alleen vanwege gevaar, overlast, geluidshinder, stank en fijnstof, maar ook vanwege de verhoging van de kans op straat- winkelroof waarbij scooters immers vaak een rol spelen.

Vriendjesjournalistiek, partijdigheid en vooringenomenheid

Lezers van het Amstelveens Nieuwsblad worden wekelijks getrakteerd op artikelen over het verstandige en succesvolle beleid van wethouder Herbert Raat die ons op foto’s glunderend aankijkt. Soms staat erbij dat de krant ‘de hand op die foto heeft weten te leggen’ terwijl die hem natuurlijk gewoon zijn toegestuurd. Godthelp gedraagt zich als woord­voerder van wethouder Raat. Die heeft zelf als woordvoerder van Amsterdamse bestuurders de publicitaire kracht en politieke invloed van de journalistiek leren kennen en waarderen. Dit komt hem goed van pas nu hij het een lokale krant kan gebruiken als zijn spreekbuis en wekelijks verkiezings­pamflet. Van enig ‘kritisch volgen van de macht’ is in de gemeente Amstelveen geen sprake.

Misbruik van journalistieke middelen en mogelijkheden

Artikel 3 van de Gedragscode:

“De journalist verwerpt [..] het misbruik maken van zijn positie als journalist.”

Hoofdredacteur Godthelp heeft zichzelf en zijn krant willens en wetens door de wethouder laten misbruiken als dekmantel voor wanbeleid en falend bestuur. Dit artikel dient alleen om door middel van persoonsbeschadiging een kritische burger en klokkenluider de mond te snoeren. Dit is in strijd met de essentie van de journalistiek en dus met journalistieke normen. Bovendien is het een vorm van misbruik van macht, middelen en mogelijkheden.

Dat er in mijn brief aan het gemeentebestuur- die in dezelfde krant stond afgedrukt - juist allerlei positieve en constructieve suggesties met betrekking tot het Stadsplein staan, paste duidelijk niet in het beeld dat de heren van mij wilden schetsen en werd dus niet vermeld.

De strekking van het artikel is dat ik niet deug en dat mijn klacht over de gebrekkige handhaving van het scooterverbod dus niet serieus hoeft te worden genomen.

De tendentieuze, suggestieve en ronduit leugenachtige weergave van alles wat ik heb gezegd, gedaan en geschreven in mijn (tot dusver vergeefse) pogingen om bestaande regels te laten handhaven door het Amstelveense gemeentebestuur, is in strijd met artikel 1 van de Gedragscode:

“De journalist beschouwt een deugdelijke publieke nieuwsvoorziening als een algemeen belang van de eerste orde. Ten behoeve daarvan geeft hij via zijn medium informatie door, die bestaat uit feiten, meningen en/of beelden. Daarbij neemt hij de werkelijkheid, zoals hij die aantreft en waarneemt, als uitgangspunt.”

ENKELE OVERWEGINGEN

Het artikel van Godthelp was in strijd met artikel 3 van de Gedragscode:

“De journalist verwerpt: [..]
- het opzettelijk onjuist, onvolledig of niet weergeven van beschikbare informatie,
die voor een goede publieke nieuwsvoorziening relevant is
- het bedrijven van informatievervalsing of andere vormen van misleiding.”

De eerste vraag is: Was dit schotschrift nodig en verdiend? Welk maatschappelijk of ander doel is gediend met de publieke afstraffing van een inwoner die zich erover beklaagt dat een wethouder een (op zichzelf noodzakelijke en terechte) regel op onzorgvuldige wijze heeft ingesteld en dat die regel niet wordt gehandhaafd met als gevolg dat bewoners en bezoekers van het Stadshart daar veel overlast van ondervinden?

De tweede vraag is: Mag een journalist zonder wederhoor een bestuurder behulpzaam zijn bij een publieke afstraffing, beschimping, diffamatie en beschadiging van een lastige maar gewetensvolle burger die in het stuk met naam en toenaam wordt genoemd?

Ook in deze kwestie komt het kracht- en machtverschil tussen journalist en burger sterk naar voren. Een burger beklaagt zich in 6-voud over de onwil en onkunde van een bestuurder met wie een journalist juist een goede verstandhouding heeft, en hij wordt vervolgens 43.000-voudig publiekelijk te schande gezet in een lokale krant. De burger kan daarna zijn illusie dat hij met zijn betrokkenheid, kritiek en suggesties ooit nog serieus zal worden genomen verder wel vergeten.

De free lance journalisten Dorine Hermans en Daniela Hooghiemstra schreven op 8 juni 2004 in een brief aan NRC Handelsblad:

“Hoofdredacteuren moeten de vrijheid van meningsuiting koesteren en beschermen, door in te grijpen op de momenten dat zij wordt misbruikt.”

Deze vermaning valt bij hoofdredacteur Godthelp in onvruchtbare aarde.

Conform de uitspraak van de Raad voor de Journalistiek inzake G.A.J.Wolvers en de gemeente Brunssum tegen A.J.M. Stenden (uitspraak 2004-83), kan worden gezegd dat Godthelp niet had mogen berichten zoals hij heeft gedaan. Hij kent mij immers niet en hij heeft ook na het interview met wethouder Raat niet om een reactie gevraagd op diens beschuldigingen, nare suggesties en negatieve kwalificaties. In genoemde beslissing oordeelde uw Raad:

“Door dat te doen heeft hij misbruik gemaakt van zijn positie als journalist,”

VERZOEK

Hierbij verzoek ik u te willen beoordelen of Henk Godthelp, hoofdredacteur van het Amstelveens Nieuwsblad, bij het schrijven en publiceren van zijn artikel ‘Dat is niet de stad die we willen’ in zijn krant van 25 januari 2012 zorgvuldig en integer te werk is gegaan, of hij daarbij feiten, omstandig­heden en meningen juist en evenwichtig heeft weergegeven, of hij zijn positie van journalist niet heeft misbruikt, of hij er voldoende naar heeft gestreefd om eenzijdige berichtgeving te vermijden en of hij mij niet onnodig heeft beschadigd.


Hoogachtend,
R.Ch. van Waning
Bijlagen: 2


De Raad voor de Journalistiek heeft in haar uitspraak 2012/46 van 21/08/2012 mijn klacht ongegrond verklaard:

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat verweerders zonder toepassing van wederhoor onjuist en eenzijdig hebben bericht over het geschil tussen klager en de gemeente inzake de handhaving van het scooterverbod in het voetgangersgebied, en dat klager  negatief is neergezet.

De Raad stelt voorop dat de journalist waarheidsgetrouw bericht. Op basis van zijn informatie moeten lezers, kijkers en luisteraars zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kunnen vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht. Voorts zijn de journalist en zijn redactie vrij in de selectie van nieuws. Het is dan ook aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. (zie punten 1.1. en 1.2. van de Leidraad van de Raad)

Verweerders hebben gemotiveerd aangevoerd dat zij in diverse publicaties aandacht hebben besteed aan het geschil tussen klager en de gemeente. In dat kader bestaat geen journalistieke norm die meebrengt dat verweerders bij publicaties daarover aan de visie van beide partijen altijd evenveel aandacht behoren te geven. (vgl. RvdJ 2011/66)

De Raad is verder van oordeel dat verweerders in de gewraakte publicatie voldoende onderscheid hebben gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Voor de lezer is voldoende duidelijk dat het artikel met name de visie van wethouder Raat op de kwestie behelst. Het beginsel van wederhoor geldt niet voor publicaties die kennelijk een persoonlijke mening bevatten en berichtgeving van feitelijke aard. Desalniettemin kan een dergelijke publicatie iemands belang zodanig raken dat wederhoor geboden is. (zie punt 2.3.4. van de Leidraad)

Mede in aanmerking genomen dat verweerders in eerdere publicaties ook de visie van klager hebben weergegeven stond het hen vrij om in het gewraakte artikel de veel beschreven – en bij de lezers bekende – kwestie voornamelijk van één kant te belichten, zonder klager om een reactie te vragen. Daarbij is van belang dat naar het oordeel van de Raad niet is gebleken dat verweerders stelselmatig negatief over klager berichten. Dat klager het niet eens is met de in het artikel beschreven mening van de wethouder, kan aan een en ander niet afdoen.

Dit leidt tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, door in het vervolgartikel van 25 januari 2012 over klager te berichten op de wijze zoals zij hebben gedaan.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 augustus 2012 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, prof. dr. M.J. Broersma, ir. B.L. Hooghoudt en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.

Startpagina 'Amstelveen Kan Beter'.